29 juni, vrijdag, Harry
MIJN MINUTEN IN IRAK
Ik weet niet hoe het in Irak gaat, maar in de Eerste wereldoorlog
werden er in ´No man´s land´ tussen de fronten wel eens
voetbalwedstrijden gespeeld door de Duitsers en de Engelsen.
Dit werd na een tijdje verboden door de legerleiding. Men vond
het een slecht idee wanneer mensen die elkaar daarna weer naar het
leven moesten staan, elkaar leerden kennen tijdens een
vriendschappelijk partijtje voetbal.
Er zijn nog steeds mensen die vinden dat voetbal te gewelddadig
is, maar wanneer je oorlog en voetbal vergelijkt dat lijkt mij een
partijtje voetbal hoe hard het ook gespeeld wordt een stuk humaner dan
oorlog.
Beter had de legerleiding dan ook de veldslagen kunnen verbieden
en er om kunnen spelen. Voor iedere 100 meter terreinwinst een
wedstrijd. Misschien had de eerste wereldoorlog dan nog veel langer
geduurd. Maar de vraag is of dat dan als een probleem zou zijn ervaren.
In plaats van een met massagraven bezaaid landschap in Noord-Frankrijk
en Zuid-België, waren er dan de verhalen geweest van spijkerharde
verdedigers, snelle aanvallers, slimme middenvelders.
Zoals ik al zei, ik heb geen idee hoe het er in Irak en
Afghanistan aan toe gaat of de Nederlandse soldaten wel eens tegen de
regionale Taliban-selectie van Uruzqan voetballen.
Ik ben bang van niet, denk niet dat de legerleiding dat op prijs zou stellen. De mensen mochten eens begrip voor elkaar krijgen.
Hoe mijn gedicht in Irak ontvangen is door de troepen daar ter plekke zou ik ook niet weten.
Zo op het oog veranderde er weinig, al beperkt mijn ooggetuigenschap zich tot TV-beelden.
Misschien werden opnames van mijn gedicht wel gebruikt om
gevangenen te martelen. Het meest waarschijnlijke is echter dat ik met
mijn gedicht voor een glimlach zorgde op een aantal
soldatengezichten
en dat de rest hun schouders ophaalden en wachtten tot de wedstrijd zou
beginnen.
